Dirk Hubers (1913-2003)

Introductie

Dirk Hubers heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de Nederlandse keramiek van de twintigste eeuw. Zijn vernieuwende kijk op keramiek heeft geleid tot een groot aantal monumentale werken en heeft vele andere kunstenaars beïnvloed.
Dirk Hubers werd geboren in 1913 in Amersfoort. Na zijn schooltijd had hij een groot aantal verschillende baantjes, onder meer op kantoor, op een boerderij en als matroos op een schip. Tijdens een reis in Denemarken in 1936 kwam hij in contact met enkele Deense keramisten (waaronder Lars Syberg), waarvan hij de beginselen van het vak leerde. Zoals hij zelf zei in een artikel in de Delftse Courant uit 1952: “Waarom zou ik dat niet eens proberen, dacht ik. Het was werkelijk zo ongeveer mijn dertiende ambacht.

Kom, dungedraaid. Ingegrifte decoratie, zwart-wit combinatie. Ca. 1952.

Het echtpaar Wildenhain

Na terugkomst in Nederland trad Dirk Hubers in september 1938 in dienst bij het echtpaar Wildenhain in Putten (atelier ’t Kruikje) wat een grote indruk bij hem heeft achtergelaten. Frans Wildenhain en Marguerite Wildenhain-Friedlander waren in 1933 uit Duitsland naar Nederland gekomen. Hij zou hier tot mei 1939 blijven, waarna hij verhuisde naar Gouda.

Vaas uit het atelier 't Kruikje van het echtpaar Wildenhain, jaren '30.

De oorlogsjaren

Tijdens de Tweede wereldoorlog woonde Hubers in Voorschoten, waar hij een kleine werkplaats bij weefatelier Het Paapje had, dat gevestigd was aan de Papelaan in Voorschoten, op een steenworp afstand van de Groeneveldt fabriek. Zijn vrouw, Betty Hubers-Scheuffler, was in deze jaren werkzaam als textielkunstenares in dit atelier. Naar verluidt heeft Hubers in die tijd ook werkzaamheden bij Groeneveldt uitgevoerd, maar aangenomen moet worden dat dit slechts van korte duur is geweest en weinig productief. Tot op heden zijn geen stukken uit de fabriek gevonden die met zekerheid aan Hubers zijn toe te schrijven. Ook studeerde hij in deze tijd op het Keramisch Instituut in Gouda. Verdere gegevens over de aard van keramische activiteiten in deze periode ontbreken helaas.

Het atelier in Bergen

In 1945 vestigde Hubers zich aan de Sluislaan in Bergen (NH). Het prachtige pand, dat in de oorlog door de Duitsers als badhuis was gebruikt, bood genoeg ruimte voor zijn atelier en dat van zijn vrouw Betty Hubers, die een begenadigd textielkunstenares was. In de ruimte werden ook regelmatig tentoonstellingen gegeven, met ondermeer werk van Karel Appel, Jacob Bendien en Corneille.

Vaas, zonder decoratie. Ca. 1948. Zowel qua vorm als decoratie is deze vaas een voortzetting van het werk dat bij het echtpaar Wildenhain in Putten gemaakt werd.

Zijn eerste zelfstandige werk heeft nog veel overeenkomst met werk van ’t Kruikje. Strakke schaaltjes en vaasjes met ingetogen glazuren.

Aan het eind van de jaren ’40 begint hij decoraties toe te passen, die verwant zijn aan de moderne schilderkunst van de tijd, met kunstenaars als Joan Miró en Paul Klee.

Wandbord, met ingegrifte decoratie in cirkel. Ca. 1949.

Ook het werk van Picasso is hem niet onbekend. In het eerder aangehaalde artikel uit 1952 zet hij uiteen: “Ik ben zo gelukkig geweest Picasso’s ceramiek te zien…Bij ’n studie van deze potterie kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat het voor Picasso een spel blijft, zonder die enorme spanningen die zijn schilderwerk vertoont. Wie de ceramiek zuiver wil houden, moet echter een pot samen met het ornament als een organische eenheid zien; het is niet een kwestie van ’n aardige decoratieve schildering die even kan worden ‘aangepast’ aan de vorm. Het geheel moet een afgeronde werkelijkheid zijn. Welnu, ik geloof dat Picasso in zijn ceramische versiering, teveel schilder is gebleven.” Dit citaat illustreert uitstekend hoe Hubers de keramiek beleefde en sluit ook aan bij de Bauhaus-gedachte die hij ondermeer had meegekregen van de Wildenhains.

Schaaltje op voet, zwart met bruine ingekraste figuur. Ca. 1950.

In zijn streven terug te gaan naar de essentie van de grondstof, liet hij de glazuren steeds vaker achterwege en werden zijn decoraties ingekrast en uitgekerfd. Over de coloristische richting binnen de Nederlandse keramiek door de grotere glazuurkunstenaars zei Hubers: “Lanooy was een zeer groot glazuurtechnicus, maar ik meende dat ik het op mijn eigen manier moest aanpakken. Ik wilde geen chemicus zijn, geen weger van milligrammen, maar een maker van ceramiek, waarbij alleen de grondstof als middel gebruikt werd. Ik vereenvoudigde, vereenvoudigde, vereenvoudigde tot ik ergens het contact met de materie meende te herstellen zoals negers, Indianen en Mexicanen dat eeuwen geleden gekend hebben.

Twee kommen, ca. 1952.

Door op een hogere temperatuur te stoken voorkwam hij dat aardewerk poreus werd. Kenmerkend is tevens dat hij vaak gebruik maakte van twee contrasterende kleuren, meestal wit en zwart.

Rond 1954 liet Hubers een aantal grotere werkstukken bakken in de oven van Russel Tiglia in Tegelen. Hij had in deze periode veel contact met Frans Tuinstra, die ook lessen van hem kreeg. Naar verluidt legde hij de afstand tussen Bergen en Tegelen regelmatig op de brommer af.

1955, Adventskerk te Loosduinen met twee tegeltableaus door Dirk Hubers, uitgevoerd in het atelier van Frans Tuinstra te Neercanne. Linkerfoto toont het tableau "De vier evangelisten" rechts naast de tafel. De rechterfoto toont ditzelfde en een tweede tableau aan het eind van de avondmaalsruimte.

Verenigde Staten en Mexico

In 1956 emigreerde Hubers naar de Verenigde Staten, waar hij zich voornamelijk richtte op monumentale keramiek. Daarnaast was hij tussen 1959 en 1966 hoofd van de keramiekafdeling van de Newcomb universiteit.

Dirk Hubers voor een monumentale, manshoge sculptuur uit 1965. Gemaakt op het Newcomb College of art, Tulane University, New Orleans. Links de ontwerptekening die de kunstenaar naar zijn familie stuurde in datzelfde jaar.

Zijn inzending voor de Verenigde Staten naar de internationale keramiektentoonstelling in Oostende (BE), werd beloond met een gouden medaille. Na zijn periode aan de Tulane university, verhuisde hij naar Mexico (Guanojuato), waar hij in 2003 overleed.

Signaturen

De signatuur van Hubers in Nederland kent een geleidelijke overgang van een vrij duidelijk dh-monogram, naar een gestileerde versie in de vorm van een matje. Op een enkele uitzondering na, zijn de onderstaande in chronologische volgorde het meest voorkomend.

Signaturen Dirk Hubers. V.l.n.r. ca. 1948, ca. 1950 en ca. 1953.

Tot slot

Dirk Hubers was een vernieuwende keramist met een uitzonderlijk talent. Als een van de eersten maakte hij in zijn keramiek gebruik van decoratie die was ontleend aan de moderne schilderkunst, iets wat werd gevolgd door keramisten als Jan van Stolk, Jan Oosterman, Jaap Dommisse, Henny Radijs, Frans Tuinstra en vele anderen. Door zijn vertrek naar het buitenland is zijn invloed wellicht minder groot dan zij had kunnen zijn.

Twee tegels. Links het "Excelmannetje" uit ca. 1951. Rechts een tegel met geabstraheerd gezicht, ca. 1953. Afwijkende signatuur "dh". wellicht uitgevoerd bij Frans Tuinstra.